3
Vetten
bestaan uit de elementen C, H en O.
Een vetzuur is een lange keten van vaak 16 tot 20 koolstofatomen (kortere en
langere
bestaan ook!) met allemaal waterstofatomen eraan vast en op het eind,
waar hij aan het kammetje vastzit, twee zuurstofatomen.

Zit
een vetzuurketen helemaal
vol met waterstofatomen,
dan is deze er als het
ware
mee
verzadigd
en we spreken dan ook van een verzadigd vetzuur.
Dierlijke
vetten bestaan voor een groot deel uit verzadigde vetzuren (vet vlees, reuzel,
melkvet, room, kaas, roomboter), maar kokosvet, palmvet en cacaoboter ook.
Verzadigde
vetten zijn bij kamertemperatuur meestal vast
(boter, kaas,
reuzel, kokosvet, palmvet, bijenwas, kaarsvet).
Bestaat
een verzadigd vet uit
korte vetzuurketens,
dan is dat vet zacht, licht
verteerbaar
en gemakkelijk af te wassen met warm water (roomboter, kokosvet).
Vet
met heel lange verzadigde vetzuurketens is erg hard, moeilijk verteerbaar en
zeer moeilijk af te wassen (kaarsvet: stearinezuur: C18H35O2).
Zitten
er op een plaats
in een vetzuurketen twee koolstofatomen op een andere
manier aan elkaar vast met een zogenaamde "dubbele binding", dan
ontbreken
daar twee plaatsen waar waterstofatomen zich aan kunnen hechten.
Er zijn dan
op die ene plaats minder waterstofatomen
en de vetzuurketen
heet
daarom enkelvoudig onverzadigd.
Oliezuur
is een enkelvoudig onverzadigd vetzuur (EOV) met de formule: C18H33O2.