Over
vetten is veel te doen.
Men heeft het over verzadigde en onverzadigde vetten in verband met hart en
bloedvaten.
Er is sprake van dierlijke en plantaardige vetten die gezond of juist schadelijk
zouden zijn.
Er wordt door voedingsvoorlichters voortdurend op gehamerd dat het vetgebruik
bij ons
in het westen veel te hoog is.
In het kader van de milieuvervuiling wordt gesproken over ophoping van
bestrijdingsmiddelen
in het vet van dieren en mensen en dat daardoor ook gifstoffen in moedermelk
terechtkomen.
Kortom hoe zit dat met die vetten?
Voedingsmiddelen in natuurvoedingswinkels die veel of uitsluitend vet bevatten
zijn vooral:
oliën (olijf, sesam, zonnebloem, saffloer, maïskiem, tarwekiem, koolzaad,
lijnzaad, kokos,
rode palm, mengsels van deze oliën); roomboter en ghee (geklaarde boter),
santen (kokos),
margarines, kaas, volle zuivelproducten en notenpasta's.
Bij de voedingssupplementen zijn capsules met visolie en teunisbloemolie te
verkrijgen.
Zijn
sommige van die producten beter dan andere?
Zo, ja waar ligt dat aan en hoe moet je ermee omgaan?
In
ons lichaam worden vetten veel gebruikt als
bouwelementen.
Ze worden bijvoorbeeld gebruikt bij het maken van de vliesjes die om alle cellen
heen zitten.
Deze celmembranen spelen een uiterst belangrijke rol bij het herkennen,
selecteren en
doorlaten van stoffen die door het bloed naar de cellen worden vervoerd, bij
zenuwcellen
zorgen ze voor het opwekken en verplaatsen van elektrische signalen en het hele
immuunsysteem werkt bij gratie van de celmembranen.
Vetten
zijn dus zeer belangrijke bouwstoffen.
Verder
spelen ze een
grote rol bij de stofwisseling
binnenin de cellen, in
weefsels en organen
zoals het bloedvatstelsel.
Hoewel
vetten veel energie bevatten, worden ze niet in de eerste plaats als
brandstof gebruikt,
daarvoor dienen in eerste instantie de koolhydraten in de vorm van glucose.
Wel
is het zo dat een overschot aan koolhydraten in ons lichaam wordt omgezet in
reservevet dat in
speciale vetcellen onder de huid en om de inwendige organen heen wordt afgezet.
Regelmatig te veel eten, zeker in de jeugd en ook op middelbare leeftijd, leidt
tot een toename van
het aantal vetcellen. Bij een tekort aan brandstof in het voedsel (dieet, vasten,
honger) wordt die
vetvoorraad aangesproken. De vetcellen slinken, maar verdwijnen niet!
Slank blijven na afvallen is daardoor dikwijls moeilijk.
Om
te kunnen weten waardoor sommige soorten vet belangrijk zijn en andere misschien
schadelijk, is het nodig om wat heel simpele basiskennis van de scheikunde te
hebben.
Het
is namelijk zo, dat een vet is opgebouwd uit vier onderdelen.
Als basis dient een drietandig soort kammetje, met aan elke tand
een lange sliert: "vetzuur" geheten, drie vetzuren dus. Dat ziet
er ongeveer zo uit:
Die vetzuren bepalen of een vet al dan niet heilzaam is.
En om te weten waardoor dat zo is, is het nodig een vetzuur nader te bekijken.
(Dit verhaal gaat
verder op pagina
3,
maar wie eerst wat basisinformatie wil over de
opbouw van stoffen in de natuur
kan op pagina
2
verder lezen)