NATUURVOEDING EN
GEZONDHEID 6
INLEIDING
In
het vorige artikel over water werd besproken wat water is, wat het doet en
hoe het is ontstaan. Al die informatie kwam voort uit onze wetenschappelijke kennis over de
wereld waarin we leven.
De moderne westerse wetenschap is erg systematisch en kan heel goed
beschrijven hoe
allerlei gebeurtenissen plaatsvinden. Dat kan ze zelfs zo
goed dat ze van heel veel gebeurtenissen kan voorspellen wat er gaat
gebeuren.
Veel wetenschapsbeoefenaars zeggen zelfs dat iets alleen waar
is als het telkens opnieuw voorspeld en herhaald kan worden.
Alles wat daar niet aan voldoet is eigenlijk niet echt waar en daarom niet
interessant.
Maar
ook andere mensen zijn gehecht aan voorspelbaarheid en zekerheid.
Vaak worden we bang als er dingen gebeuren die niet voorspelbaar zijn.
De wereld om ons heen lijkt zo chaotisch en onzeker te zijn dat we er graag
vat op willen hebben door er een soort ordening in aan te brengen.
Natuurwetten voorspellen ons hoe de dingen in de kosmos en op aarde zich
zullen gedragen
en juridische wetten regelen hoe mensen zich (niet) moeten gedragen.
En
zelfs binnenin onze hersenen wordt automatisch een ordening aangebracht
in
alle informatie die via onze zintuigen binnenkomt.
Ieder die ooit hallucinaties verwekkende
stoffen heeft binnengekregen weet hoe het is
als die automatische ordening
wordt verstoord.
In
het vorige artikel werd aangegeven dat dit hele universum waarin ik denk dat
we
met zijn allen leven, alleen
in mijn eigen hoofd bestaat.

Dit
universum is een model in mijn hoofd van de mij omringende werkelijkheid die
“ik”
via mijn zintuigen direct of indirect (via onderricht) heb leren kennen.
Ieder van ons heeft een eigen universum en ieders “ik” denkt dat dit
universum de werkelijkheid is, het heel-al. Dit universum kent ruimte en
tijd.
In de westerse cultuur is de kennis die “ik” heb van dit universum zo doordrenkt met
de denkbeelden van de moderne
natuurwetenschap dat “ik” niet goed raad weet met verschijnselen die niet verklaarbaar, voorspelbaar
en herhaalbaar zijn.
BEWUSTZIJN
Het
is moeilijk zich voor te stellen hoe diepgeworteld dit geloof is dat mijn
universum echt is.
Met
de moderne techniek van de virtual reality is het wel te benaderen.
Stel dat je een virtual reality pak met een helm aanhebt die een
driedimensionale film
op je ogen projecteert en tegelijk al je andere
zintuigen ook beďnvloedt.
Je hoort, voelt en ruikt alle effecten van de film.
Je wordt letterlijk meegesleurd in de actie van de film.
Er is geen andere werkelijkheid meer dan dit totaalgebeuren.
Dan wordt het al griezelig “echt”.
Als je dan ook nog meteen vanaf je geboorte al in zo’n pak gehesen wordt
en er worden allemaal films op je losgelaten: wat je ouders voelen en denken
en zeggen, wat familie doet, opvoeders, docenten, klasgenoten, vrienden, wat
je leest etc.,
dan ontstaat er een totaalervaring, je eigen heelal.
Omdat
in een cultuur waarin we opgroeien heel veel ervaringen en ideeën
gemeenschappelijk zijn, lijkt het alsof we gezamenlijk in een echt heelal
leven.
Maar
het gemeenschappelijk lijkende heelal van een ongerept indianenvolk in het
Amazonegebied zal heel anders zijn dan dat van ons.
En ook dat van het volk in b.v. China,
India of Saudi Arabië.
Iets
wat wel gemeenschappelijk is, is het Bewustzijn waarin al die miljarden
heelallen verschijnen, dus ook het mijne.
Alle
ideeën die ik heb over mijn hersenen en mijn bewustzijn, horen tot mijn
heelal, maar het
Bewust Zijn waarin mijn heelal ontstaat, IS.
Er
is een geheimzinnig instrument: “aandacht”, dat ergens op gericht kan
worden.
Wordt
die aandacht naar “buiten” gericht, op mijn heelal met zijn inhoud, dan
is er chaos die
koste wat kost geordend moet worden.
Wordt de aandacht naar “binnen” gericht, op Datgene waarin mijn heelal
verschijnt,
dan is er eenheid en eenvoud.
Het blijkt dat dit bij mensen mogelijk is.

VOEDING EN
BEWUSTZIJN
In
de vorige afleveringen in deze artikelenserie over natuurvoeding en
gezondheid is geprobeerd om duidelijk te maken dat ons voedsel niet iets is wat je zomaar koopt en
opeet, maar dat wij door middel van ons voedsel direct in verbinding staan
met de natuur.
Wie
“goede”, echte indianenboeken gelezen heeft, weet hoe diep dit in de
cultuur van de indianen in Noord Amerika doorvoeld en geleefd werd (en in toenemende mate weer
opkomt).
In
deze artikelenserie die past in onze postmoderne westerse cultuur werd dit
vertaald in
westers wetenschappelijke begrippen: planten maken voedsel uit
lucht, water en aarde, met behulp van zonlicht. Dieren leven van planten en
leveren zelf weer voedsel voor de planten dank zij hun mest die door schimmels en bacteriën wordt omgezet in vruchtbare aarde.
Zo is er
een grote kringloop.
Water,
aarde en lucht zijn ontstaan uit lang geleden ontplofte sterren.
Dus wij eten aarde, water, lucht en licht en bestaan hierdoor uit
sterrenstof en sterrenlicht…
Hoe
meer ik me dit werkelijk realiseer, des te meer verruimt en verdiept zich
mijn ervaring
en richt de aandacht zich naar binnen.
NATUURVOEDING EN
BEWUSTZIJN
In
deze artikelserie werd besproken waarom natuurvoeding “gezonder” is dan
gangbaar geproduceerde voedingsmiddelen. Omdat
natuurvoeding geproduceerd wordt door boeren
die proberen volgens de
kringloop van de natuur te werken, is dit een minder grote belasting voor
het milieu dan voedsel dat met behulp van allerlei kunstgrepen aan de natuur
onttrokken wordt.
Bovendien is de kwaliteit van de producten beter. Ze hebben meer smaak, zijn
steviger en bevatten meer voedingsstoffen. Verder bevatten ze in principe
geen resten van stoffen die er van nature niet in thuishoren.
Bij Biologisch Dynamisch geproduceerd voedsel is er bovendien een extra,
niet stoffelijke kwaliteit aanwezig, namelijk dat van de aandacht die door
de boer is gegeven aan de specifieke levenskwaliteit en de behoeftes van de
door hem/haar gebruikte bodem, planten
en dieren.
In
de dagelijkse praktijk blijkt echter dat we natuurvoeding meestal kopen
om er zelf gezonder bij te blijven.
We
zien ons eigen universum in ons hoofd aan voor de hele werkelijkheid en
denken dat we
een apart wezen zijn met een buitenwereld dat niet-ik is (en als het
tegenzit zelfs anti-ik).
We
proberen ons eigen hachje te redden, onder meer door gezond te eten.
Of
we zien wel een grotere samenhang, maar oordelen dat gangbare productie
“fout” en “slecht” is voor mens en milieu en biologische teelt “goed”.
En we kiezen dan de zijde van “het goede” door “het slechte” te
boycotten of er tegen te gaan vechten.
Een
“indiaanse instelling” jegens voedsel houdt in dat ik me realiseer
hoezeer ik door middel van mijn voeding met de natuur verweven ben.
En dat ik mijn voedsel in dankbaarheid en ontzag aanvaard.
Dat ik me realiseer dat voor mijn levensbehoefte planten en dieren gedood
worden,
maar dat dit bij het leven behoort en dat ik ze bedank voor de
dienst die ze me bewijzen.
En dat ik dus mijn voeding met deze instelling uiterst zorgvuldig kies en
toebereid.
Dan
overstijg ik “goed/gezond” en “kwaad/schadelijk” en stel me open
voor wat gegeven is.
Dan durf ik kwetsbaar te zijn en te voelen wat eten en leven me brengt.
Naar
deel 7 en slot
|