KWALITEIT, KEURMERKEN, E-NUMMERS


NATUURVOEDING EN GEZONDHEID (4)  

INLEIDING

In deel3 stond gezonde voeding centraal.
Uitgaande van de wetenschappelijke kijk op voeding werd besproken dat 
koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines, mineralen en water de voedingsstoffen zijn 
die ons lichaam nodig heeft om te kunnen leven.
Het bleek dat groene planten al deze stoffen maken uit aarde, water en lucht 
met behulp van (zon)licht.
Beschreven werd dat ook dierlijke voedingsmiddelen uiteindelijk van de planten afkomstig zijn.
In een tabel was te zien dat allerlei plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen verschillende combinaties voedingsstoffen bevatten en dat sommige voedingsmiddelen volwaardiger zijn 
dan andere.
Een zogenaamde Schijf Van Vier toonde hoe het mogelijk is om goed te eten, dat wil zeggen 
dat je op een dag van alle verschillende voedingsstoffen voldoende binnenkrijgt om het lichaam goed te kunnen laten werken en tegelijk zo min mogelijk stoffen binnenkrijgt die belastend zijn voor je lijf.
Duidelijk werd dat natuurvoeding in dit verhaal belangrijk is doordat de productie ervan 
zo veel mogelijk in overeenstemming met de kringlopen in de natuur plaats vindt en met 
respect voor plant, dier en mens.
Dit staat in tegenstelling tot de “gangbare” voedselproductie die gericht is op massaproductie 
en winstdenken  wat veel ellende voor mens en milieu veroorzaakt. 
In die zin is natuurvoeding “gezonder” dan gangbare.  

ONS LICHAAM

Wanneer wij voedingsmiddelen (b.v. brood of groente of  een ei) eten zorgt onze spijsvertering ervoor dat de voedingsstoffen die daarin zitten, eruit gehaald worden.
In een prachtig samenspel zorgen mond, slokdarm, maag, alvleesklier, lever, dunne darm 
en dikke darm ervoor dat die voedingsstoffen kant en klaar voor hergebruik in ons bloed terecht komen.
Het bloed brengt die verse aanvoer naar al onze lichaamsdelen en die gebruiken dat voor 
twee dingen:1) verbranden voor energie en 2) samenbouwen tot nieuwe onderdelen.

Bij verbranden gebeurt het tegenovergestelde als in de groene planten. 
De voedingsstoffen waarin lichtenergie zit opgeslagen worden verbrand en de lichtenergie komt vrij om gebruikt te worden voor allerlei beweging.

Het verbranden gaat zonder vuur, maar er komt wel wat warmte bij vrij. 
Daardoor krijgen we het warm als we ons inspannen en gaan we zweten om weer af te koelen.
Het samenbouwen tot nieuwe onderdelen kunnen we zien wanneer we groeien en wanneer een wond geneest.
Wanneer we langere tijd niet eten en drinken gaat het lichaam dood.  

KWALITEIT

Het is goed voor te stellen dat de kwaliteit van de voeding invloed heeft op de kwaliteit 
van het leven.
In de westerse medische wetenschap blijft dat beperkt tot onderzoeken over stoffen die 
al dan niet schadelijk of bevorderlijk zijn voor bepaalde scheikundige processen in ons lichaam.
Het ene onderzoek kan het andere tegenspreken en nieuwe onderzoeken kunnen het resultaat van oudere onderzoeken  weer teniet doen. Zo kan een bepaald voedingsmiddel eerst als ongezond worden beschouwd en lijkt het later juist erg waardevol te zijn en omgekeerd.
Op grond van deze vaak onvolledige kennis menen op omzetgroei beluste bedrijven dan 
voedsel te moeten gaan produceren met allerlei toegevoegde stoffen die de “gezondheid bevorderen”. Melk met extra kalk, dure margarine met extra medicinale plantenstoffen, prijzige yoghurt met extra darmbacteriën, synthetische toetjes met toegevoegde vitamines,  moeten de omzet en de winst verhogen.
Congressen en symposia worden gewijd aan het toestaan, verplichten of verbieden 
van dit soort toevoegingen aan voedingsmiddelen.
De vraag is of dit alles ook maar iets met kwaliteit te maken heeft.

Als een scharrelvarken een leven heeft gehad dat in overeenstemming is met de aard 
en de behoeften van dit dier, en als het met respect is behandeld en geslacht, dan zal een varkenslapje hiervan toch wel een andere kwaliteit hebben dan vlees van een in de 
intensieve veehouderij opgepepte, gekwelde en ter dood gebrachte soortgenoot.
Dit nog afgezien van de kwaliteit van het voer en de onnodige behandeling met medicijnen 
en groeihormonen.
Zou gezondheid een maat kunnen zijn van de kwaliteit van het leven?
Zou iemand die dodelijk ziek is en in die ziekte groeit tot bewustzijn, inzicht en overgave, 
niet kerngezond genoemd mogen worden?
Dan is gezond eten dan meer een kwestie van bewust omgaan met voedsel, dan van extra vitamines en gezondheidsbevorderende stoffen naar binnen werken.

In de biologisch-dynamische (BD) voedselproductie is dit duidelijk iets waar op gelet wordt.

Een voorbeeld: wetenschappelijk gezien is honing niet meer dan een mengsel van enkele 
soorten suiker met wat extra stofjes erbij. 
Je zou het ook synthetisch in de fabriek kunnen namaken, met smaken en al.
Antroposofen waarderen honing om zijn hoge kwaliteit. 
Bijen hebben in een fantastische samenwerking de essentie van licht en geur in bloemen verzameld en verwerkt tot vloeibaar zoet goud.

De basis voor de BD land- en tuinbouw is al eind 19e eeuw gelegd door Rudolf Steiner.
In zijn antroposofische visie op de natuur spelen ook andere kwaliteiten een rol dan alleen 
de stoffelijke.
In de BD methode wordt veel aandacht besteed aan de verzorging van de aarde (bodem), 
het samenspel van de benutte planten en de wezenseigenschappen van de gebruikte dieren.
Daardoor is voedsel van BD kwaliteit (met het DEMETER keurmerk) nog hoger van kwaliteit dan gewoon biologisch/ecologisch voedsel (met het EKO keurmerk).  

KEURMERKEN

Voedingsmiddelen waarvan de belangrijkste ingrediënten afkomstig zijn uit de 
biologische(= ecologische) landbouw en veeteelt hebben een EKO-keurmerk.
Dit wordt gegeven door een instantie die SKAL heet en waarvan producenten 
lid kunnen worden. Dat kost best veel geld. 
De leden worden dan regelmatig gecontroleerd of ze wel echt biologisch bezig zijn.
Pas als alles in orde is wordt het EKO keurmerk gegeven.
Voor heel kleine producenten kan het lidmaatschap wel een probleem zijn en ook zijn er 
in het buitenland wel eerste klas traditionele wijn/olijfolieboeren die al die nieuwlichterij 
maar onzin vinden.
Dus er bestaan wel producten met een fantastische kwaliteit die geen keurmerk hebben, 
maar dat moet je dan wel weten. 
Beter is het om bij het inkopen doen te letten op het EKO keurmerk.

Het DEMETER keurmerk wordt door de BD Vereniging gegeven aan die producenten die 
niet alleen biologisch, maar ook nog biologisch-dynamisch werken. 
Het DEMETER keurmerk komt dus bovenop het EKO keurmerk.
Biologische producten die uit het buitenland komen kunnen ook een keurmerk hebben dat door die buitenlandse instantie is uitgegeven. 
De meest bekende zijn BIOGARANTIE uit België, NATURE ET PROGRES uit Frankrijk en BIOLAND uit Duitsland.
Bij twijfel kan altijd in de natuurvoedingswinkel nagevraagd worden welk keurmerk uit welk land een product heeft.

Helaas is het nog zo dat de meeste natuurvoedingswinkels ook nog producten verkopen die 
het keurmerk niet verdienen. Dat kan zijn omdat het product nog niet in biologische kwaliteit bestaat of omdat de biologische kwaliteit zo duur is dat de winkelier vreest dat het niet verkoopt.

LET DUS ALTIJD OP HET EKO/DEMETER/buitenlandse BIOLOGISCHE KEURMERK!

Er bestaan allerlei andere keurmerken die ieder hun eigen betekenis hebben.
Maar bij natuurvoeding spelen alleen de boven beschreven keurmerken een rol.  

TOEVOEGINGEN

Hierboven is verteld over allerlei “gezondheidsbevorderende” stoffen die de voedingsindustrie meent te kunnen toevoegen aan voedingmiddelen.
Maar aan gangbaar voedsel worden al vele jaren lang stoffen toegevoegd die als doel hebben 
om het product:

  •  Langer houdbaar
  •  Mooier
  •  Lekkerder en 
  •  Smeuiiger te maken dan het van zichzelf is.

Dit alles om het product goedkoper en beter verkoopbaar te maken.
Die stoffen worden additieven (toevoegingen) genoemd en zijn onder te verdelen in respectievelijk:

  • Conserveermiddelen, voedingszuren en antioxidanten
  • Kleurstoffen
  • Geur- en smaakstoffen en
  • Emulgeer- en verdikkingsmiddelen.

Vroeger werd er maar aangerommeld en waren sommige van die stoffen zelfs ronduit giftig!
Er is toen op Europees niveau een lijst opgesteld van stoffen die toegestaan zijn 
als voedingsadditief.
Elke gekeurde stof kreeg een eigen nummer met een E van Europa ervoor.
Zo ontstonden de zogenaamde E-nummers.

Wie in een supermarkt het etiket van een 
potje pindakaas of partysaus eens wat beter bekijkt, zal zien dat er op de verplichte ingrediëntenlijst aan het eind vaak een of 
meer (soms veel) E-nummers staan.

In een boekje (zoals de tabel hiernaast)
kan dan nagekeken worden om welke stoffen het gaat.

Er zijn mensen die denken dat een E-nummer automatisch een giftige of kankerverwekkende stof voorstelt.  
Dat hoeft niet zo te zijn.

Er zijn onschuldige stoffen met een E-nummer zoals melkzuur (E270), bietenrood (E162), 
agar agar (E406) en vele andere. 
Maar ook zijn er stoffen waarvan nog niet duidelijk is of ze ziekteverwekkend zijn, zoals b.v. amarant (E123), cyclamaat (E952), bifenyl(E230) en andere.

Ook is het zo dat additieven in de gangbare voedselindustrie wel heel gemakkelijk en snel worden ingezet om allerlei fancy producten in de markt te zetten die alleen winst en omzet moeten opleveren en geen enkele wezenlijke bijdrage leveren aan onze voeding.

In biologische producten worden bepaalde additieven alleen toegepast als dat niet anders kan.

Op het etiket wordt dan in principe deze stof met name genoemd en wordt niet alleen het E-nummer gebruikt.
Voorbeelden: lecithine, johannesbroodboompitmeel, agar agar, gelatine (om het product niet 
te laten uitzakken in pot of fles) en caroteen (worteltjeskleurstof), vitamine E (tocoferol) en melkzuur (om de houdbaarheid te vergroten).  

HET ETIKET

Op het etiket van een product staan een eventueel keurmerk en alle ingrediënten vermeld, 
op volgorde van hoeveelheid. 
Staat er op een potje aardbeienjam op de ingrediëntenlijst eerst appeldiksap en dan pas aardbeien, dan betekent dit dat er meer appelsap dan aardbeien inzit.

Aarzel niet om hulp te vragen bij het lezen van een etiket of bij andere vragen.
In de betere natuurvoedingswinkels is men daarop ingesteld.

naar deel 5

 

terug naar artikelen