HOE NATUURVOEDING ONTSTOND


NATUURVOEDING EN GEZONDHEID (2)

In de vorige aflevering is beschreven hoe de planten aan het begin staan van al ons eten.  
Letterlijk alles wat we eten is van planten afkomstig, zelfs vlees, want dieren leven uiteindelijk ook van planten.
Zelfs toevoegingen zoals synthetische kleur-, geur-, en smaakstoffen die uit aardolie gemaakt 
worden, zijn oorspronkelijk van planten afkomstig. 
Want aardolie en aardgas zijn ontstaan uit planten die miljoenen jaren geleden leefden.

Verder is beschreven hoe planten, dieren en schimmels+bacteriën in de natuur 
een kringloop vormen: 
planten maken voedsel uit aarde, water, lucht en licht, 
dieren leven van planten en van elkaar en de 
bacteriën/schimmels zetten dode planten, dieren en mest om in nieuwe aarde, water en lucht.

Wanneer we voedsel eten dat door boeren zo veel mogelijk op dezelfde manier geproduceerd wordt als in de natuur, dan spreken we van natuurvoeding.
Boeren die dit doen zeggen dat ze ”ecologisch”of “biologisch”of “biologisch-dynamisch”
werken. 
Zij proberen zoveel mogelijk hun bedrijf volgens de natuurlijke kringlopen te laten functioneren.
Dit betekent in ieder geval: geen kunstmest gebruiken en ook geen onnatuurlijke synthetische bestrijdingsmiddelen. Het betekent ook: werken met een levende bodem (aarde) en in het ideale geval met een “gemengd bedrijf” waarin zowel land- en tuinbouw als ook veeteelt plaatsvinden.
 
Bij de “gewone” gangbare voedselproductie is dat niet zo vanzelfsprekend…  

HOE HET ZOVER KWAM

Tot voor tweehonderd jaar was alle voeding natuurvoeding, want er was gewoon niets anders.  
Met de opkomst van de industrie (wat begon met de stoommachine) en de moderne techniek 
is dat veranderd.
Er werd niet meer ambachtelijk geproduceerd om aan een vraag te voldoen, maar er kwam 
op winst gerichte massaproductie en daaraan gekoppelde reclame om de geproduceerde massa te verkopen aan de consument. Alles moet zo snel en goedkoop mogelijk worden geproduceerd en zo aantrekkelijk mogelijk worden gemaakt.

In de landbouw leidde dat tot grootschalige productie met gebruik van kunstmest en 
alle mogelijke giftige synthetische bestrijdingsmiddelen waar de natuur geen raad mee weet, zodat sommige ervan nu terug te vinden zijn in het lichaamsvet van dieren op de noord- en zuidpool en… in de melk van zogende vrouwen overal ter wereld.

In de veeteelt ontstond onder meer de “bio-industrie” waar dieren zoals varkens en kippen 
op volstrekt tegennatuurlijke wijze worden gebruikt als massaproductiemiddel.

In de zestiger jaren werden boeren in de EEG door de politiek gedwongen tot deze manier 
van
produceren en veranderde het landschap in Nederland door ruilverkaveling.
Boeren moesten zich diep in de schulden steken om hun bedrijf groter en efficiënter te maken 
zodat ze tegen lagere kosten meer konden produceren. Kleine boeren werden weggesaneerd.
Er ontstonden melkoverschotten, mest- en vervuilingproblemen, vleesschandalen en gevaarlijke ziekten waar door middel van wetgeving en subsidieregelingen tegen opgetreden moest worden.

Deze zogenaamde “gangbare” landbouw en veeteelt die zo veelbelovend leek, blijkt een 
doodlopende weg te zijn.

Al heel lang zijn er boeren geweest die bewust kiezen voor een ecologische manier van werken. 
Dat was niet gemakkelijk in een tijd waarin de politiek gericht was op schaalvergroting, maar 
de laatste twee jaar begint het tij te keren en schakelen steeds meer boeren en tuinders over 
op biologisch werken.  

EEN STUKJE GESCHIEDENIS

Al ruim honderd jaar geleden, tijdens het hoogtepunt van de industriële revolutie, ontstond 
de eerste bewustwordingsbeweging  tegen de onnatuurlijke manier van leven die dat met zich meebracht.
De “Reformbeweging” maakte zich sterk voor een gezonde levenswijze met vegetarische en volwaardige voeding, zonder alcohol- en tabaksgebruik en veel bewegen in de buitenlucht.

De Reformbeweging verzette zich tegen het onnatuurlijk industrieel bewerken van 
toen nog natuurlijk voedsel.
 
De beweging richtte winkels op waar verantwoord voedsel te koop was, zoals muesli. 
Deze “reformwinkels” bestaan nog steeds.

In diezelfde  tijd had Rudolf Steiner, de visionaire grondlegger van de antroposofie, een inzicht over de manier waarop voedsel geproduceerd kan worden, dat verder ging dan de 
toen gebruikelijke ambachtelijke wijze van werken. Hij betrok daar bewust en intuïtief allerlei zichtbare en onzichtbare natuurkrachten bij en ontwikkelde toen de basis van wat later de “biologisch-dynamische” landbouw en veeteelt ging heten.

Bijna een eeuw later blijkt die visie volledig modern te zijn en ook goed aan te sluiten bij 
de wetenschappelijke ontwikkelingen binnen dat deel van de biologie dat zich met natuurlijke systemen bezig houdt: de “ecologie”.  

De zestiger jaren van de 20 eeuw brachten veel beweging op sociaal en politiek gebied.
Op het terrein van de voedselproductie ontstond een tweede tegenbeweging, die van de “natuurvoeding”.
Zoals hierboven beschreven was het voedsel toen zèlf aangetast door de gangbare, tegennatuurlijke  manier van landbouw en veeteelt bedrijven.

Vooruitstrevende mensen gingen hun voedsel betrekken bij de weinige bestaande biologisch dynamisch werkende boeren en richtten winkeltjes op om dat ook aan anderen te kunnen verkopen. Zo ontstonden de eerste natuurvoedingswinkels, primitieve ruimtes waar 
“geitenharen sokken types” temidden van een wirwar aan groentekistjes en andere 
alternatieve waar hun ideaal uitleefden. Slechts enkele van deze winkels van het eerste uur 
hebben de sociaal-economische ontwikkelingen kunnen volgen en bestaan nu ruim 35 jaar voort in aangepaste vorm.
 

In diezelfde tijd trokken veel jonge mensen naar het verre oosten en kwamen terug met nieuwe ideeën. Op voedingsgebied was dat de “macrobiotiek”, een op oosterse filosofie geënte leer van de eenheid van tegenstellingen (Yin en Yang).
De macrobiotiek sloot goed aan bij het ideologische gedachtegoed van de natuurvoedingsmensen en hierdoor komt het dat natuurvoedingswinkels behalve natuurvoeding ook rijst en macrobiotische producten verkopen, zoals zeewier en andere Japanse producten.  

Zowel de Reformbeweging als de macrobiotiek kenmerken zich door een overwegend vegetarische leefwijze. En ook binnen de natuurvoedingsbeweging was er jarenlang veel kritiek op het gebruiken van vlees omdat de gangbare productie ervan zo tegennatuurlijk en verspillend is.
Ook kwamen er steeds meer vraagtekens te staan bij de vroeger algemeen aangenomen gezondheid en noodzakelijkheid van vleesgebruik.
Hierdoor is bij veel mensen het idee ontstaan dat natuurvoeding altíjd vegetarisch is.
Maar dat is niet zo
.  

NATUURVOEDING EN VLEES

Hiervoor is beschreven hoe planten en dieren een kringloop met elkaar vormen dank zij schimmels en bacteriën die onder andere mest van dieren omzetten in levende aarde. 
Zonder gecomposteerde dierlijke mest raakt de bodem uitgeput en is plantaardig leven uiteindelijk niet goed meer mogelijk.
Landbouw en veeteelt moeten elkaar aanvullen.

Gangbaar gebeurt dit in principe niet, met alle gevolgen van dien voor mens en milieu, 
maar biologisch werkende bedrijven doen dit wèl.

Omdat binnen die bedrijven het niet mogelijk is om dieren vanzelf te laten doodgaan 
(door ziekte, ouderdom of ongelukken, zoals in de wilde natuur) is het nodig dat naast 
zich voortplanten, dieren ook op een zo verantwoord mogelijke manier gedood worden.

Dan zijn er geslachte dieren en deze dieren alleen maar te begraven of te verbranden is 
een belasting voor het milieu en in feite een verspilling van energie en geld.

Belangrijk is hierbij wel dat het om dieren gaat die uitsluitend gehouden worden voor de noodzakelijke mest met als bijkomend voordeel dierlijke producten als zuivel, eieren en wol.

Wanneer dieren massaal gehouden worden met als doel ze te slachten voor hun vlees, verandert de zaak.
Dus zelfs als we allemaal zouden besluiten absoluut geen dierlijke producten meer te gebruiken, dus geen vlees, maar ook geen melkproducten en eieren, en ook geen wol en leer, zoals de strenge veganisten doen, dan nog blijven dieren nodig voor de productie van plantaardig voedsel!
Blijft de vraag of (biologisch) vlees eten wel gezond is voor lichaam, geest en spirit.

Naar deel 3

 

terug naar artikelen