NATUUR EN VOEDING


INLEIDING.

We gaan ervan uit dat biologische producten beter zijn dan gewone, anders hadden we er 
de hogere prijs niet voor over. Maar is dat ook zo, en waar zit het hem dan in?
Hoe eet ik gezond en wat heeft dat met biologische voeding te maken?
Kan gezond eten ook lekker zijn, en hoe dan?
Hoe herken ik biologische producten en wat is het verschil met reformartikelen?
Waarom zijn biologische producten vaak (nog) duurder dan gewone artikelen?
Zijn voedingssupplementen (“vitaminepillen”) echt nodig? En vlees? En melk?
Dit zijn enkele vragen die vaak gesteld worden en er zijn er nog veel meer.
Deze serie artikelen gaat hierop in.
Ook kun je vragen mailen naar: 
natuurlijkevoeding@12move.nl natuurlijkevoeding@12move.nl

DE OORSPRONG VAN ONS VOEDSEL.

Welk eetbaar product je ook kiest, het is uiteindelijk altijd van planten afkomstig, zelfs vlees!

Planten kunnen al ons voedsel (en nog veel meer) maken uit licht, lucht, water en aarde.

De zon is de leverancier van bijna al het licht op onze aarde. Die grote vuurzee straalt een geweldige hoeveelheid energie uit, waaronder licht.

Planten kunnen die lichtenergie opnemen en gebruiken.

Ze halen met hun wortels water en aardestoffen (mineralen) naar binnen.

Met hun bladeren nemen ze lucht op.

En uit de grondstoffen lucht, water en mineralen 
kan de plant met behulp van lichtenergie zichzelf opbouwen en laten groeien.

Een krop andijvie of een prei is dus het resultaat van een samenspel van lichtenergie, lucht, water en mineralen. 

Dank zij de vastgelegde energie van de zon in ons voedsel kunnen wij bewegen en alles doen wat energie kost.  

Dieren leven van planten en van elkaar. Roofdieren eten alleen  andere dieren. 
Maar die op hun beurt leven wel van planten.

Dus planten staan altijd aan het begin.

Dieren verteren hun maaltijd en de resten daarvan komen als mest op de aarde terecht.
Ook gaan planten en dieren die niet zijn opgegeten, na verloop van tijd dood.
Ook die dode resten komen op de aarde terecht.
In de natuur zijn er goede opruimers. 
Dat zijn schimmels (b.v. paddestoelen), bacteriën (onzichtbaar kleine levende wezentjes) en 
allerlei kleine beestjes als wormen, maden en kevertjes.
Die leven van de mest en het dode afval.
Wat daarvan overblijft zijn verse mineralen die de plant weer kan opnemen.

Zo is er in de natuur een kringloop van stoffen die door het zonlicht blijft ronddraaien.

BIOLOGISCH VOEDSEL  

Bij de biologische landbouw, tuinbouw en veeteelt wordt geprobeerd om zo veel mogelijk 
volgens deze natuurlijke kringloop te werken.

Vandaar dat men deze manier van werken “biologisch” noemt, want biologie is de wetenschap die het leven op aarde bestudeert.

Een onderdeel van de biologie, de “ecologie”, houdt zich vooral bezig met de kringlopen in de natuur. Daarom noemt men biologische producten ook wel: “ecologische” producten 
(ook wel geschreven als ekologisch met een k).
Deze term is eigenlijk meer precies dan biologisch.
Ecologische producten hebben een keurmerk waaraan je ze kunt herkennen in de winkel.
Voor Nederlandse producten is dat het EKO merk” (inderdaad: van EKOlogisch).  

In het ideale geval heb je een boerderij waar zowel planten als dieren leven. 
Dat noemt men een “gemengd bedrijf”. 
Een deel van de verbouwde planten dient als veevoer en de dieren
leveren de mest voor de planten. Plantenafval en mest worden gecomposteerd waardoor de natuurlijke opruimers 
hun werk kunnen doen en er vruchtbare zwarte aarde (humus) ontstaat met veel mineralen.

Als bijproduct van de dieren is er melk (zuivelproducten), eieren, vlees, wol en leer.

De verbouwde planten leveren groente, granen, peulvruchten, fruit, zaden en eventueel 
andere producten als linnen (vlas), hennepvezels, katoen, hout.

Er wordt niet met kunstmest gewerkt, er worden geen bestrijdingsmiddelen uit de chemische fabriek gebruikt en de bodem wordt zorgvuldig behandeld, gevoed en in leven gehouden.

In de praktijk zijn er meestal aparte veehouderijen (koeien, varkens, schapen, kippen) akkerbouwbedrijven (graan, aardappelen, bieten, peulvruchten) en tuinbouwbedrijven (groenten, fruit) die via een biologische organisatie hun producten (mest, veevoer) 
onderling uitwisselen.

Katoen en hout worden apart in plantages en bossen geproduceerd.

Zuivelproducten, eieren en in toenemende mate vlees worden niet slechts voortgebracht 
als bijkomstigheid van het houden van dieren voor de nodige mest, maar zijn een doel 
op zich.

Er wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en synthetische verdelgingsmiddelen 
en de bodem wordt zorgvuldig behandeld.  

In de “gewone” land- en tuinbouw en veeteelt liggen de zaken heel anders.

Wat daar aan de hand is en hoe dat zo gekomen is, wordt in het vervolg besproken.

 

Naar deel 2

 

 

terug naar artikelen